De trend bij sommige fabrikanten om een “oud” model nog een tijdje leverbaar te houden is niet echt iets nieuws. Fiat 124-125 / Lada 1200-1500 of  Mazda 121 / Kia Pride zijn voorbeelden hoe men dit een aantal jaren geleden oploste. Vol trots bouwde men een auto verder en kneep zo de laatste euro’s uit een ontwerp. De voorraad onderdelen en mallen werd verkocht aan een collega autofabrikant en doordat het onder een andere merknaam werd verkocht was er voor de eigen dealerorganisatie geen vuiltje aan de lucht.

Ook de oplossing van fabrikanten zoals Ford om tegen het eind van een modelserie een aanbod te doen waar zonder of tegen gering meerprijs een luxe aangekleed model geboden wordt zal een dealer geen nachtmerries bezorgen. In tegendeel zelfs, het brengt klanten in de showroom.

Nu echter de merken zelf de uitloopmodellen zoals de Renault Clio Campus tegen lage prijzen in de markt zetten komen de eigen dealers in de hoek waar de klappen vallen te zitten. Hoe kun je immers de jonge inruilers tegen normale prijzen verkopen als je een zelfde auto voordeliger nieuw op de prijslijst hebt staan? Dus grote druk op de inruilprijzen, en hierdoor is verkopen van het nieuwe model weer moeilijker.

Ook de steeds sterker voelbare druk uit landen als China met budgetauto’s zullen hun invloed doen gelden. We zullen er aan moeten wennen. Een bedrijf als Cardoen brengt ook veel onrust, door restpartijen onder de prijs in de markt te zetten maar hier kun je nog op moeilijkheden met garantie door de parallel import wijzen.

Al met al houdt het leven in de brouwerij! Er staan ons nog een hoop interessante ontwikkelingen  te wachten.