Autotelex heeft de effecten van de daling van de BPM op de restwaarde van auto’s grondig doorgerekend. Resultaat: het valt wel mee met de restwaardedaling. Tenminste, als de nivellering van de Europese netto-autoprijzen doorzet. Daarbij liggen er volop kansen in het buitenland.

De nieuwprijzen zullen de komende jaren dalen vanwege de afbouw van de BPM. Dat zal zeker zijn effect hebben op de restwaarde, daarover wil Joost Klaren, hoofd restwaarden van restwaarde-instituut Autotelex, geen twijfel laten bestaan. Hij kan de zorgen van de leasemaatschappijen, die toekomstige restwaarden incalculeren (inschatten) en daarop hun leaseprijzen baseren, dan ook goed begrijpen. Die leasemaatschappijen vrezen honderden miljoenen te verliezen als straks hun jong gebruikte voorraad op de markt komt omdat ze minder waard zullen zijn dan vooraf berekend.
Een korte berekening: het gros van de auto’s komt na ongeveer drie jaar op de tweedehandsmarkt, tegen die tijd zijn de nieuwprijzen als gevolg van de belastingmaatregelen zo’n 6 % gedaald. Een nieuwe auto van 30 mille staat over drie jaar dus voor 28 mille nieuw in de showroom. Zet de leasemaatschappij de restwaarde op 50%, dan moet de auto tweedehands over drie jaar 15.000 euro opbrengen. Terwijl je tegen die tijd een nieuwe koopt voor 28.000 euro. “Omdat de tweedehandsprijzen langzamer dalen dan de nieuwprijzen, is het niet reëel om voor deze auto dan maar een restwaarde te rekenen van 50% van 28.000; dus 14.000 euro. Dat langzamer dalen van de occasionprijzen noemen we ook wel het na-ijleffect. Die periode is doorgaans 1 tot 2 jaar. Houden we daarmee rekening dan komen we in onze berekeningen uit op een restwaarde van 14.500 euro. In calculaties met een looptijd van 3 jaar zal dus rekening gehouden moeten worden met een daling van ca 3,5%”, aldus Klaren.

Nettoprijzen
In de praktijk zal de daling van de uiteindelijke consumentenprijzen wel eens kunnen meevallen, denkt Klaren. Dat heeft alles te maken met de gehanteerde nettoprijzen van de autofabrikanten. Op iedere markt worden andere prijzen gehanteerd omdat men rekening houdt met de belastingdruk in ieder afzonderlijk land. De verschillen zijn bij veel merken nog fors, hoewel de Duitse merken het verschil de laatste jaren al stukken kleiner hebben gemaakt. Maar toch: kost een Volkswagen Passat in Denemarken netto 14.549, in Duitsland krijgt VW voor dezelfde Passat ruim 19.000 euro. In Nederland ligt de nettoprijs op 18.000 euro.
Hoe dan ook, de verwachting is dat de verschillen verder zullen worden verkleind. “Daarom zullen de nieuwprijzen waarschijnlijk minder hard gaan dalen dan verwacht. Met alle (positieve) gevolgen voor de restwaarden”.
Daarbij benadrukt Klaren dat er in het buitenland goede afzetkansen liggen voor jong gebruikte auto’s nu sinds kort de BPM bij export wordt teruggegeven. Uit de analyses van Autotelex blijkt dat in de buurlanden Duitsland en België de procentuele afschrijving in de eerste twee jaar over het algemeen groter is dan die in Nederland. Daarom zie je nu ook veel import van dergelijke jonge auto’s. Na meer dan twee jaar lopen de restwaarden naar elkaar toe en dan wordt export aantrekkelijk. Helemaal nu dus de rest-BPM op die auto’s wordt teruggegeven.

Zeer lucratief
In een aantal andere landen, waaronder Portugal, is er sprake van een hoger restwaardeniveau en is export nu al aantrekkelijk van auto’s met een kentekendatum na 15 oktober 2006, de datum waarna BPM-teruggaaf mogelijk is. Maar van de regeling is nog maar in 300 gevallen gebruik gemaakt, zegt Klaren. “Het is vreemd dat er nog zo weinig gebruik van wordt gemaakt, het kan namelijk zeer lucratief zijn. Als obstakel wordt vaak genoemd dat men de BPM pas terugkrijgt als de auto in het buitenland daadwerkelijk is geregistreerd. Dat is een onzekere factor en dat schrikt bedrijven af.”

Vooral export bij hoge bruto BPM-bedragen
Bedrijven die auto’s met een kenteken van na 15 oktober 2006 exporteren, krijgen de rest-bpm terug. Nu wordt daar nog weinig rekening mee gehouden, maar dat zal zeker veranderen, denkt Joost Klaren van Autotelex. In het buitenland kunnen er tenslotte goede zaken worden gedaan. Helemaal in die landen waar het restwaardeniveau hoog ligt.
Vooral auto’s met hoge bruto BPM-bedragen, bijvoorbeeld diesels zonder roetfilter, zullen meer opbrengen in het buitenland dan in Nederland. Ook voor auto’s met hoge kilometerstanden lonkt het buitenland – de kilometerstand is namelijk niet van invloed op de BPM-teruggaaf. En auto’s met lichte schades of die om andere redenen een lage restwaarde hebben in Nederland, zullen door de teruggaaf van de BPM geschikt zijn voor export. Klaren: “Uiteraard beïnvloeden schades ook de buitenlandse restwaarde nadelig. De kunst is dan ook om te zoeken naar factoren die in Nederland een groot en in een ander land een klein effect hebben op de restwaarde. Dat kan tot gevolg hebben dat je (kleine) schades in Nederland niet meer laat repareren omdat dat bijvoorbeeld in het buitenland goedkoper is.”
 

Dit artikel is geplaatst in Automobiel Management, november 2007.  

Automobiel management - AutoImport van Autotelex: maatwerk bij import.

Heeft u vragen of opmerkingen over dit artikel of wilt u met ons van gedachten wisselen over wat Autotelex voor u zou kunnen betekenen? Neem dan direct contact met ons op via telefoonnummer +31 (0) 26 – 37 000 80 of via ons contactformulier.